ZEN met begeleiding van William Van Gaver te in Kortrijk
HOME

de houding
(fig. 1)
"een kwestie van evenwicht"
De werkelijkheid van de zazenhouding wordt soms slecht gevat door een aantal beoefenaars, zowel nieuwe als ouderen.
Als ze niet wordt begrepen, onderwezen en beoefend op de juiste wijze, kunnen er zich moeilijkheden voordoen die het
moeilijk, zelf onmogelijk maken om de praktijk te oefenen. De raadgevingen die de verantwoordelijken geven tijdens het
onderricht of tijdens Zazen, moeten heel precies, klaar en juist zijn, daar ze worden vertaald in functie van het idee dat
eenieder heeft van zijn lichaam ofwel vervalst door het beeld dat men denkt te hebben van de juiste houding. Maar zoals
het oog zichzelf niet kan zien, is het onmogelijk om zijn eigen houding van buitenaf te zien.. men kan deze dan ook niet
zelf verbeteren vanaf een concept of vanaf een ingebeeld schema.dit maakt de rol van de onderrichters des te belangrijker.
De eenvoud en de waarheid van de houding komen voort uit duidelijke perceptie van de verticaliteit en van de lichamelijke
mechanismen die zich voordoen (figuur l) het verlangen om een resultaat te bekomen of te bereiken, de houding staan tegen-
over het intutieve begrijpen van deze waarheid. De zazenhouding is een houding zonder spanning waar alles een evenwicht-
spel is. Het evenwicht is van naturel uit onstabiel. Het is Mujo, onbestendigheid, de eigenschap zich gedurig in vraag te stellen
door zich te richten op het huidige ogenblik. Het verlies van dit zoeken naar evenwicht plaatst de houding in een lichamelijke
strakheid, die zowel de geestelijke strengheid weerspiegelt en schept Niettegenstaande de zichtbare tegenspraak, is er geen
enkele inspanning nodig om te blijven zitten (of te staan) omdat dit overeenkomt met en stabiel evenwicht Onbeweeglijk
blijven in deze toestand betekent steeds de aandacht behouden om het lichaam in evenwicht te houden, naar de tien richt-
ingen, zonder in n van deze richtingen te blijven(dit in een volledige overgave) zegt Meester Dogen.
Shikantaza:
eenvoudigweg zitten, eist geen grote kennis van de anatomie, maar moet het lichamelijke mechanisme respecteren zoals
deze door de natuur zelf is gegeven. In het eenvoudigweg zitten, is er niets anders te doen dan te blijven in de normale
toestand van het lichaam, in een juist evenwicht tussen de spanning en de ontspanning. Tussen het doen en het niet-doen.
Een meer innerlijke kennis van het lichaam zal het beoefenen van Zazen voor velen gemakkelijke maken. Het is onmogelijk
om alle mechanismen van de gewone houding te beschrijven, maar elkeen zal volgens zijn behoefte enkele principes die
uitgelegd worden betreffende het bekken en de wervelkolom begrijpen.
Het bekken:
De basisstelling is; de volledige houding hangt af van de positie van het bekken!Daar waar het zwaartepunt van het lichaam
zich bevindt Het is onontbeerlijk te begrijpen dat in de zithouding het bekken het oprichten van de wervelkolom zonder
spanning mogelijk maakt, welke het hoofd automatisch in een juiste houding brengt. Vanwaar het eerste belang van een
voldoende hoge of dikke zafu (kussen) te gebruiken, aangepast aan ieder individu. (laat geen enkel beginneling met zen
starten zonder dit punt met hem te bestuderen). Het is de onderzijde van het bekken, de zitbeenderen, die men ook de
billenbeenderen noemt, dat in contact is met de zafu.het middelpunt tussen de twee zitbeenderen (waar zich achteraan
de anus bevindt en vooraan de geslachtsorganen) is het punt vanwaar zich de verticale as van de houding bevindt die
door het uiterste punt van de schedel gaat dit is ook het punt van de driehoek waarvan de twee andere punten de contact-
punten kan de knien zijn met de grond.
(fig. 2)
K:knie
B:billen
T:top v/d schedel
G:geslachtsorgaan
Het is in functie van deze driehoek dat het bekken zich stabiliseert en zich de verticale as van de houding vormt
zoals de steun op de zitbeenderen zich verplaatsen, om de n of andere reden, voor of achter het evenwichtspunt, zal
de rug ofwel rond zetten en zal de kin naar voren komen, ofwel zal de wervelkolom overdreven strak staan
(te grote welving ter hoogte van de lumbale wervels), de thorax geblokkeerd en de nek stijf Onbeweeglijk blijven in de
n of andere houding zal een pijn in de rug veroorzaken die zich tamelijk vlug zal manifesteren. Tussen deze twee
posities is er de middelste houding. Het principe van de onderlinge onafhankelijkheid is de tweede stelling die slaat
op alle elementen van het geraamte en de spieren. Deze bepaalt vanaf het bekkencentrum alle evenwichtstoestanden,
spanningen en ontspanningen die de houding bepalen. De juiste spanning (of de ontspanning) van de wervelkolom, de
juiste positie van het hoofd hangen enkel af van de juiste positie van het bekken (die,laten we het nog eens herhalen;
hoofdzakelijk afhangt van de hoogte van de zafu) als me het hoofd juist plaatst zonder rekening te houden met de hoge
van de zafu dan lossen we het probleem niet aan de bron op. Alvorens een bepaalde verbetering te doen, moet men zien
of begrijpen waar zich de oorzaak bevindt van hetgeen fout lijkt. Soms in het aangeraden niet te verbeteren vooral
voor iemand die slechts sinds weinig tijd beoefent Soms is het zo dat bepaalde fouten gaandeweg oplossen dankzij
een beter begrip van de verticaliteit en ze eisen niet systematisch een tussenkomst.
De wervelkolom:
Het is een beenderige beweeglijke stengel bestaande uit 7 nekwervels, 12 ruggenwervels, 5 lendenwervels.
Van het heiligbeen (middenbeen van het bekken) en van het sluitbeen. Het geheel van deze wervels vormen een serie
bogen die variren van individu tot individu en die gevormd worden door houdingen en gewoontes.Het komt soms tot
onherroepelijke misvormingen waarmede men dient rekening te houden in het verbeteren van de houding. In de
optimale positie zijn de wervels op mekaar gestapeld zoals een stapel kubussen. Ze zijn gescheiden door een
tussenwervelschijf voorzien van een kern, de nucleus, een soort knikker gevuld met gelatineachtige vloeistof
in de wervelschijf en de nucleus vormen een schokdemper die gemaakt is om de maximum druk op te vangen van
de wervels.De wervels zijn verbonden door een geheel van doorlopende en niet doorlopende ligamenten die de
gewrichten onder elkaar samenhouden. Ze hebben een passieve functie en zijn niet uitrekbaar. De bewegelijkheid
van de wervels wordt verzekerd door een geheel van voor, achter en zij spieren die de buiging, rekking en wringen
van de wervelkolom mogelijk maken in zithouding, wanneer het bekken op de juiste wijze zit op de voldoende hoge zafu,
komt de speling van het hele wervelspierstelsel op zijn plaats volgens de wet van de minste inspanning, waardoor
er een evenwichtshouding ontstaat zonder spanning dewelke men de wervelkolom ontspant naar de hemel toe, in de
verticale zin. De wervels worden niet meer samengeperst of aangezet door het ruggenmergkanaal zonder in een
spanningspeil te blijven haperen. Voor een normaal gebouw individu, hoeft men geen speciale inspanning te
doen om de wervelkolom in een optimaal evenwicht te houden. Alleen zeer kleine bewegingen van de tussenwervel
spieren volstaan om het evenwicht te behouden zonder spanningen te doen ontstaan. Men moet niet de houding willen,
men moet zich overgeven aan de houding. Afhankelijk van de individuen veranderen de houdingen t.o.v. de
evenwichtstoestand tot de twee uitersten, namelijk de gebogen rug en de holle rug.
(fig. 3)
De gebogen rug: (fig. 3)
De oorzaken hiervan kunnen veelvuldig zijn: onbekwaamheid om het bekken te schommelen door de spierbouw of
stijve benen of te gesierde benen, een mechanisch probleem, een te platte zafu Het gewicht van het lichaam rust
op de zitbeenderen. Het hoofd zal naar voren vallen door de onderlinge afhankelijkheid van de wervels.
Alleen de nek draagt het gewicht van het hoofd welke een spanning veroorzaakt in de bovenzijde van de rug.
In deze gebogen houding wordt de rompholte bijeengeperst en vermindert de ademhaling. De wervels worden in
een houding gehouden tijdens de duur van de meditatie die zowel de tussenwervelschijf belast Er ontstaat
een onevenwicht tussen de voor, achter, linker en rechter spieren. De ligamenten van de achterste spieren
komt in chronische spanning. De tussenwervelschijf wordt aar voren geduwd en puilt uit naar achteren welke
de zenuwen klemmen die zich in het wervelkanaal bevinden (in het bijzonder de ischias zenuw) waarvan de
wortels uitkomen in de lenden, het gevolg daarvan van chronische spanningen kan op middelmatige
tijdspanne een lokale of een algemene ontsteking veroorzaken, een wervelschijfbreuk (hernia) of ander
euvel die het beoefenen vroeg of laat moeilijk of zelfs onmogelijk maken. Om een gebogen rug te verbeteren
dient men enkel bij het bekken in te grijpen, door het bekken naar voor te duwen met een druk op het heiligbeen.
Men kan eveneens verhelpen door het bekken hoger te brengen door een dikkere zafu te gebruiken en door de
spanning van de benen te verminderen door een steun te brengen onder n of beide knien. Andere middelen
kunnen nog worden aangewend, doordat elke houding verschillend is.
(fig. 4)
Holle rug: (fig. 4)
Bij een holle rug is er een onbegrip van evenwichtsgevoel van ontspanning en angst om zich over te geven. De beoefenaar
die zich forceert heeft het verlangen om een goede houding te bekomen of iets te bereiken. Het bekken hel teveel naar voor
(zie fig. 5: overdreven vooroverhelling, zitbeen in 3de positie) de overdreven holte zal de spieren spannen als koorden,
de voorste ligamenten worden eveneens gespannen, de wervelschijven worden langs de achterzijde geplet en worden naar
voor geduwd fig. 7) de romp zal zo worden geblokkeerd, militaire geef acht houding, de natuurlijke ademhaling zal
eveneens worden afgeremd. Het hoofd zal dan normaal naar achteren worden geduwd en de kin naar voren. Om de houding te
verbeteren zal men de beoefenaar vragen zijn kin naar binnen te brengen wat dan een nieuwe overdreven spanning teweeg
brengt in de hals maar vooral in de nek. Men ziet eveneens een dubbele kin verschijnen. zoals in het geval van de
gebogen rug zal de holle rug de ligamenten, de spieren en de wervelschijven belasten waarvan de gevolgen veelvuldig zijn
(vermoeidheid, ontstekingen, mechanische stoornissen enz...) en de beoefenaar zal zich verwijderen van de goede oefening.
Om deze erg gespannen houding te verbeteren is het ideaal het bekken naar achteren te brengen maar dit is niet gemakkelijk
om dit tijdens Zazen te doen.men kan beter met de hand op het borstbeen duwen de spanningen in de borststreek verminderen
en de lendenkromming lossen. Zulke verbetering is soms moeilijk aannemelijk daar diegene die deze aanneemt de indruk heeft
in een slappe houding te komen, namelijk een houding die hij niet herkent. Verbetering wordt beter aanvaard indien ze
besproken wordt na de Zazen. Men kan de Kyosaku tegen de rug gebruiken (geplaatst recht achter de schedel) en aan de
beoefenaar vragen zich langs de stok te ontspannen en de spanningen in de wervelkolom en de lenden weg te werken. Indien
nodig kan men zelf de fout tonen door zelf zijn houding aan te nemen zodat hij het zelf kan zien. Zonder evenwel te
vergeten de hoogte van de zafu aan te passen.

Op een gemakkelijke manier besluiten is onmogelijk:
Iedere beoefenaar zal tijdens zijn beoefening moeilijkheden ondervinden die hem eigen zijn. Er bestaat geen standaard correctie.
De correcties moeten de onderrichters gemaakt of voorgesteld worden in een geest van medegevoel, van zachtheid en een werkelijke
zin van begrip voor de lichamelijke werking. Alle verbeteringen hebben ergens hun weerslag al zijn ze onderling afhankelijk.
Er moet dus aan de basis worden gehandeld en mogen geen andere moeilijkheden veroorzaak worden door een gebrek aan onderscheid.
Als men niet weet vanwaar de fout komt is het beter deze niet te verbeteren. Als men bepaalde correctie niet begrijpt moet men
niet nalaten vragen te stellen aan de verantwoordelijke. De oorzaken van de meeste fouten spruiten voort uit de houding van het
bekken, het centrum van de houding. Wanneer men van goede houding van het bekken uitgaat dan zal de rest geleidelijk aan verbeteren.
Door geduld en een sterk geloof kan men verregaande misvormingen van de wervelkolom verbeteren. Wat de plaatsing van de benen
betreft zou het te lang duren om hiervan de verschillende aspecten te bekijken. Er is de lotushouding, de halve lotushouding en
de kwart lotushouding. Bij de start van de praktijk lijkt dit een rele moeilijkheid voor velen. Het belangrijkste is van ervoor
te zorgen dat de rug zonder moeite recht blijft. Diegenen die moeilijkheden ondervinden met de benen moeten hier eveneens begrijpen
dat er verschillende mechanismen zijn, de stijfheid van de beenspieren, van de heupen en hoe de werkomstandigheden, voeding,
gedragingen, sport enz... kunnen spelen. Bestudeer, heb geduld, observeer, tracht het lichaam te zien vanaf de bron van het
bewustzijn en niet door het beperkte aanvoelen van een ego die moeite doet en lijdt. Eveneens zou iemand die zichzelf zoekt
te verbeteren niet mogen vechten tegen zijn fouten of tekortkomingen, ze links laten liggen of ze met geweld willen overwinnen.
In tegendeel zou hij er gebruik van moeten maken om zijn eigen verbeteringen te richten. Soms door een fout te maken kan men
beter begrijpen. Bij iedere Zazen vormt zich de houding, door aandachtig te zijn voor hetgeen zich afspeelt in het lichaam,
door vanaf het innerlijke de dynamiek te trachten te begrijpen.Gedurende de hele praktijk moet men zichzelf in vraag stellen,
aanvaarden om gestoord t worden, zichzelf bestuderen. meester Deshimaru sprak van: fris blijven, niet worden als vervlogen bier.
Op zichzelf is het lichaam niet zo belangrijk. Het is kortstondig en onderhevig aan de wetten van vergankelijkheid maar de
Boeddha maakt er gebruik van om in deze wereld zichtbaar te zijn. Dit is de reden waarom deze voorlopige woonst moet
onderhouden worden, gerespecteerd en gebruikt om de praktijk van de Weg te beoefenen. Het is de houding dat eenieder zijn
eigen geest ziet en dat onze oorspronkelijke waarheid zich openbaart. wanneer lichaam en geest n eenheid vormen is in
n enkel moment de eeuwigheid in eenvoudige houding aanwezig

bron: Guy Mercier